Gemeente HERSELT

 

Zitting van maandag 15 december 2025 - Gemeenteraad

 

Aanwezig:

Luc Peetermans - burgemeester

Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen - schepenen

Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Milo Anthonis, Maria Leirs, Kristof Van Dingenen, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Els Van de Kerckhof, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries, Femke Poelmans - raadsleden

Emelie Laeremans - voorzitter

Pieter Soetewey - algemeen directeur

 

Verontschuldigd:

Elke Verlinden - raadslid

 

 

Overzicht punten

 

Goedkeuring ontwerpnotulen van 24 november 2025

 

Situering

De goedkeuring van de ontwerpnotulen van de gemeenteraad van 24 november 2025.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijk besluit

Op het voorstel van raadslid Milo Anthonis wordt één aanpassing gedaan bij de notulering van punt 33 van de gemeenteraad van 24 november. Het punt 33 'Toegevoegd agendapunt 4 namens MMM' - gedeelte onder 'Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het besluit:' vervangen door:

Op basis van de toelichting van schepen Ronan Korthout, die stelt dat er een regenboogzebrapad zal worden voorzien in Herselt-centrum, stelt raadslid Milo Anthonis voor het punt niet ter stemming te brengen, maar als kennisname te notuleren.

 

Stemming over het besluit: met eenparigheid

 

BESLUIT

De voorgelegde ontwerpnotulen van de gemeenteraad van 24 november 2025 goed te keuren.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Videoverslag gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn 24 november 2025
Overzicht punten

 

Klacht bij Agentschap Binnenlands Bestuur - betreffende het gemeenteraadsbesluit en het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2025 houdende de goedkeuring van het huishoudelijk reglement

 

KENNISNAME

van de brieven van 20 november 2025 ontvangen via het loket voor lokale besturen over de klacht bij Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB): betreffende het gemeenteraadsbesluit en het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 juni 2025 houdende de goedkeuring van het huishoudelijk reglement.

 

Het antwoord van ABB zit in de bijlage.

 

Conform artikel 333, tweede lid decreet over het lokaal bestuur worden deze ter kennis op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Erfgoed en Cultuur Zuiderkempen - meerjarenplan

 

Situering

Na een intensief traject met alle betrokken lokale besturen en projectverenigingen besloten de gemeenten Grobbendonk, Heist-op-den-Berg, Herentals, Herenthout, Herselt, Hulshout, Lier, Nijlen, Olen, Vorselaar en Westerlo om verder intergemeentelijk samen te werken rond erfgoed en cultuur. De elf gemeenten besloten om binnen de projectvereniging Erfgoed en Cultuur Zuiderkempen de volgende deelwerkingen uit te bouwen:

         IOED (intergemeentelijke onroerend erfgoed dienst) Zuiderkempen Oost: een regioconforme IOED voor de gemeenten Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Herselt, Hulshout, Olen, Vorselaar en Westerlo.

         IOED Zuiderkempen West: een regioconforme IOED voor de gemeenten Heist-op-den-Berg, Lier en Nijlen.

         Erfgoedcel Zuiderkempen: een regiogrensoverschrijdende cultureel erfgoedcel voor de elf gemeenten.

         Cultuurregio Zuiderkempen: een regioconforme cultuurregio voor de gemeenten Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Herselt, Hulshout, Olen, Vorselaar en Westerlo.

 

Voor de werking rond onroerend erfgoed (IOED) zijn de elf gemeenten op dit moment allemaal aangesloten bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het gaat in totaal over vier verschillende intergemeentelijke structuren in vier verschillende referentieregio’s: Kempens Karakter, Cultuur & Erfgoed de Merode, Berg en Nete en IGEMO.

 

De elf gemeenten besloten dus om vanaf 2027 twee IOED’s uit te bouwen binnen de projectvereniging Erfgoed en Cultuur Zuiderkempen: IOED Zuiderkempen Oost en IOED Zuiderkempen West.

 

Wettelijke gronden

         Het decreet lokaal bestuur van 12 december 2017 en latere wijzigingen.

         Het regiodecreet van 3 februari 2023.

         Het decreet van 10 juni 2022 tot wijziging van het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.

         Statuten van de projectvereniging Erfgoed en Cultuur Zuiderkempen (voorheen Kempens Karakter).

         Gemeenteraadsbeslissing van 24 november 2025 - Erfgoed en Cultuur Zuiderkempen.

         Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 17 november 2025 - Erfgoed en Cultuur Zuiderkempen - meerjarenplan

 

Toelichting en advies

Procedure

De aanvraag van de erkenning als intergemeentelijke onroerend erfgoed dienst én van een Vlaamse werkingssubsidie als erkende intergemeentelijke onroerend erfgoed dienst voor de periode 2027-2032 moet uiterlijk op 15 januari 2026 worden ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.

De minister beslist uiterlijk op 30 april 2026 over de erkenning én over de toekenning van de subsidie. In geval van een positieve beslissing maakt het agentschap samen met de erkende IOED een samenwerkingsovereenkomst op voor de subsidieperiode. Uiterlijk op 1 november 2026 ondertekenen het agentschap en de erkende IOED de samenwerkingsovereenkomst. De subsidie omvat personeelsmiddelen voor personeel in loondienst van het erkende intergemeentelijk samenwerkingsverband en gaat van start in 2027.

 

Budget

Het onroerenderfgoeddecreet voorziet een jaarlijkse Vlaamse werkingssubsidie van 120.000 euro voor de werking van de IOED. De lokale besturen zijn verplicht eenzelfde jaarlijks bedrag van 120.000 euro te investeren, volgens het zogenaamde principe van ‘1 euro voor 1 euro’. De lokale besturen besloten daarom om als groep een dotatie van 1,06 euro/inwoner te voorzien. Zoals gestipuleerd in de statuten van de projectvereniging wordt de exacte dotatie per gemeente berekend op basis van een forfaitair bedrag en een bedrag per inwoner.

 

Meerjarenplan 2027-2032

Het meerjarenplan 2027-2032 van IOED Zuiderkempen Oost wordt toegevoegd in bijlage. Het beleidsplan kwam tot stand op basis van een evaluatie van de huidige IOED-werkingen in het werkingsgebied en een kort maar krachtig participatief beleidsplanningstraject met veel gesprekken met de betrokken actoren. Er werden ook twee grote participatiemomenten georganiseerd voor het erfgoedveld en de lokale besturen, met name op 27 september en 15 oktober 2025.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

 

Financiële weerslag

Kosten

1,06 euro/inwoner (15.745,24 euro (incl. btw))

Actie

AC260066

Actie omschrijving

We beschermen, bewaren en maken het eigen cultureel, roerend en onroerend erfgoed meer zichtbaar.

MJP nummer

MJP260584

 

Uit de kredietcontrole door de financiële dienst op 13 november blijkt dat er voldoende budget is voorzien in het budget 2026.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Milo Anthonis, Maria Leirs, Kristof Van Dingenen, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

De gemeenteraad van gemeente Herselt keurt het meerjarenplan en de meerjarenbegroting 2027-2031 van de IOED Zuiderkempen Oost in bijlage, de aanvraag met het oog op de erkenning als intergemeentelijke onroerend erfgoed dienst en de aanvraag van een Vlaamse werkingssubsidie als erkende intergemeentelijke onroerend erfgoed dienst voor de periode 2027-2032 goed.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Statutenwijziging projectvereniging de Merode

 

Situering

Projectvereniging de Merode is de intergemeentelijke samenwerking rond cultuur en erfgoed, vergaand gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid, tussen Aarschot, Scherpenheuvel-Zichem, Herselt, Hulshout, Laakdal, Westerlo en Tessenderlo. De stad Diest is officieel lid van de Projectvereniging - conform decreet lokaal bestuur - maar koos ervoor om geen deel uit te maken van de deelwerkingen en aldus in de praktijk geen beroep te doen op de samenwerking.

 

In mei 2025 besliste de raad van bestuur van projectvereniging de Merode om in de toekomst zich te conformeren aan het regiodecreet waardoor er vanaf 2027 niet meer zal worden samengewerkt in de huidige constellatie.
 

Wettelijke gronden

         Het decreet lokaal bestuur van 12 december 2017 en latere wijzigingen.

         Het regiodecreet van 3 februari 2023.

         Het cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021.

         Het decreet van 10 juni 2022 tot wijziging van het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.

 

Toelichting en advies

In de Kempen en Limburg verzekerden we reeds de toekomstige samenwerkingen:

         Tessenderlo-Ham sluit aan bij ECRU;

         Laakdal sluit aan bij Stuifzand;

         Herselt, Hulshout en Westerlo vormen samen met andere Kempische gemeenten, de projectvereniging Zuiderkempen (statuten op gemeenteraad november 2025).

 

Voor de gemeenten Aarschot en Scherpenheuvel-Zichem was er echter nog geen consensus over gesubsidieerd samenwerken rond onroerend en cultureel erfgoed vanaf 2027. Lang zag het er naar uit dat hier geen nieuwe constellatie zou gevormd worden. In de week van 3 november 2025 kwam er alsnog politieke consensus over een samenwerking tussen de gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen: de 4 steden in het Hageland. Aangezien de tijd te kort is om een volledig nieuwe projectvereniging op te richten, en omdat het naar Vlaanderen toe positief is (o.a. meer Vlaamse subsidie voor de erfgoedcel) om een bestaande werking verder te zetten, kwam de vraag om de juridische structuur van de projectvereniging de Merode te benutten voor deze nieuwe Hagelandse samenwerking.

 

Concreet betekent dit dat de statuten in twee fases zullen worden aangepast en voorgelegd aan de negen betrokken gemeenten:

         December 2025:
De stad Tienen dient toe te treden tot projectvereniging de Merode. De andere drie Hagelandse gemeenten maken hier reeds deel vanuit. Zo kunnen deze vier samen, vanuit projectvereniging de Merode, hun aanvragen voor een IOED en een culturele erfgoedcel bij Vlaanderen tijdig indienen in 2026 voor de beleidsperiode 2027 - 2032.
De huidige werking van projectvereniging de Merode wordt volledig verder gezet tot eind 2026 zoals voorzien. De werking komt niet in het gedrang en de financiële afspraken blijven dezelfde.

         Januari 2027:
De gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Tessenderlo-Ham en Westerlo treden uit de projectvereniging de Merode. Enkel de vier Hagelandse gemeenten blijven over en zullen dan ook de naam ‘de Merode’ vervangen door iets dat voor hen klopt: werktitel: Hageland.

 

Statutenwijziging december 2025:

In augustus/september werkten wij samen met Kempens Karakter aan een statutenwijziging voor de projectvereniging Zuiderkempen. Deze legden wij voor op de gemeenteraden van november 2025 van de betrokken gemeenten (Herselt, Hulshout en Westerlo). Wij hebben verder gewerkt op die statuten.
In bijlage zijn natuurlijk onze huidige statuten terug te vinden, wij lichten de wijzigingen toe: naast een aantal vormelijke wijzigingen, zijn dit de belangrijkste aanpassingen:

         Toevoeging stad Tienen;

         Aanpassing artikel 3 waarbij de statuten duidelijk stellen dat de gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Tessenderlo-Ham en Westerlo zullen uitstappen in januari 2027;

         Aanpassing artikel 4: meer uitvoerige beschrijving van de deelwerkingen;

         Aanpassing artikel 5:
§1 de duur van de projectvereniging wordt verlengd naar eind 2031;
§3 duidelijke verwijzing naar het regiodecreet waardoor het mogelijk wordt voor 5 gemeenten om uit de projectvereniging te stappen.

 

Opgebouwde reserves:

De projectvereniging de Merode heeft de afgelopen 6 jaar financiële reserves opgebouwd: deels in de aanvangsfase van de cultuurregio en de erfgoedcel toen de uitbouw van de werking vertraging opliep door de covidcrisis, deels door personeelswissels. Wanneer een projectvereniging ophoudt te bestaan, worden deze reserves onder de leden verdeeld. Nu wordt de projectvereniging niet ontbonden maar zal een meerderheid van gemeenten in 2027 wel uittreden. Het zou onbehoorlijk zijn om de reserves volledig in die herwerkte projectvereniging te houden waardoor enkel de Hagelandse gemeenten hier verder gebruik van zouden maken. Er zal een voorstel worden uitgewerkt waarbij de uiteindelijke reserves eind 2026 procentueel correct verdeeld kunnen worden naar de betrokken intergemeentelijke samenwerkingen. Dit voorstel zal voorgelegd worden aan de raad van bestuur. Op deze manier zullen de huidige partners Herselt, Hulshout, Laakdal, Tessenderlo-Ham en Westerlo geen nadeel ondervinden van deze pragmatische oplossing voor het Hageland.

 

Enkel indien alle betrokken negen gemeenten akkoord gaan met deze werkwijze en statutenwijziging, wordt deze statutenwijziging ook effectief doorgevoerd en neergelegd.

 

Stemming over het besluit: met eenparigheid

 

BESLUIT

Artikel 1:

De gemeenteraad van de gemeente Herselt gaat akkoord dat de stad Tienen toetreedt tot de huidige projectvereniging de Merode i.f.v. de aanvragen en de verder zetting van de IOED en de cultureel erfgoedcel in het Hageland vanaf 2027.
De projectvereniging de Merode zal t.e.m. 31 december 2026 bestaan uit de gemeenten Aarschot, Diest, Herselt, Hulshout, Laakdal, Scherpenheuvel-Zichem, Tessenderlo-Ham, Tienen en Westerlo, en zijn huidige werking verderzetten. In januari 2027 zullen de gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Tessenderlo-Ham en Westerlo uittreden en hun werking regioconform verderzetten.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad van gemeente Herselt gaat akkoord dat de vier Hagelandse gemeenten de bestaande projectvereniging de Merode benutten om hun aanvragen voor een IOED en Erfgoedcel Hageland in te dienen bij Vlaanderen en in 2027 de juridische structuur omvormen tot de projectvereniging Hageland (werktitel) waar de gemeente zelf niet langer deel van zal uitmaken.

 

Artikel 3:

De gemeenteraad van de gemeente Herselt gaat akkoord met de voorgestelde statutenwijziging en keurt aldus de nieuwe statuten in bijlage goed.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

VVSG - Algemene vergadering op 18 december 2025 - goedkeuring agenda en vaststelling mandaat

 

Situering

Op 20 november ontving de administratie de agenda van de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG vzw). De algemene vergadering vindt plaats op 18 december 2025.

 

Wettelijke gronden

Decreet lokaal bestuur

Statuten VVSG

 

Toelichting en advies

De algemene vergadering van VVSG zal plaatsvinden op 18 december 2025 om 19.30 uur via videoconferentie.

 

De algemene vergadering heeft volgende agenda:

1)       Verwelkoming door de voorzitter

2)       Goedkeuring verslag Algemene Vergadering van 18 juni 2025

3)       Toelichting budget en jaarplan 2026

a)       Budget 2026 en toelichting bij het budget

b)       Jaarplan 2026

4)       Stemming

a)       Goedkeuring verslag Algemene Vergadering van juni 2025

b)       Goedkeuring van het budget 2026

 

Het verslag van de algemene vergadering van 18 juni zit in bijlage. De documenten rond budget 2026 en jaarplan 2026 worden bezorgd na het bestuursorgaan van 17 december 2025.

 

Raadslid Hava Gokuzum werd tijdens de gemeenteraad van 13 januari 2025 aangeduid als vertegenwoordiger voor de algemene vergadering van vzw VVSG voor de huidige legislatuur. Greet Bries werd aangesteld  plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van VVSG voor de legislatuur 2025 - 2030.

 

Stemming over het besluit: met eenparigheid

 

BESLUIT

De gemeenteraad keurt de agenda van de algemene vergadering van VVSG op 18 december 2025 en geeft mandaat aan Greet Bries om op te treden als vertegenwoordiger van de gemeente op de algemene vergadering van 18 december 2025.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Politiezone - werkings- en investeringstoelage 2026

 

Situering

De politieraad keurde op 22 oktober 2025 het politiebudget voor 2026 goed.

 

In dit budget werden volgende toelagen vanwege de gemeente Herselt opgenomen:

- exploitatietoelage 1.598.162 euro

- investeringstoelage 75.054 euro

 

Wettelijke gronden

KB 7 april 2005 en latere wijzigingen.

 

Toelichting en advies

Deze bedragen moeten, mits goedkeuring door de gemeenteraad, opgenomen worden in het gemeentelijk meerjarenplan voor 2026-2031.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Financiële weerslag

In het meerjarenplan 2026-2031 dat heden ter goedkeuring voorligt zijn deze werkings- en investeringstoelage opgenomen.

 

De werkingstoelage stijgt met 6,44 % ten opzichte van 2025.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Milo Anthonis, Maria Leirs, Kristof Van Dingenen, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De verplichte exploitatietoelage van de gemeente Herselt aan de politiezone Zuiderkempen dienstjaar 2026 ten bedrage van 1.598.162 euro goed te keuren.

 

Artikel 2:

De investeringstoelage van de gemeente Herselt aan de politiezone Zuiderkempen dienstjaar 2026 ten bedrage van 75.054 euro goed te keuren.

 

Artikel 3:

Dit besluit vervolgens over te maken aan de bevoegde hogere overheid (overheden) conform de vigerende regelgeving ter zake.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Brandweer - verdeelsleutel 2026-2031

 

Situering

In zitting van de zoneraad van 31 oktober 2020 werd het principe van de financiële verdeelsleutel voor de periode 2021-2026 goedgekeurd.

 

Tijdens het brandweerevent op 23 januari 2025 werden het principe en de toekomstige financiële uitdagingen toegelicht.

 

In zitting van de zoneraad van 27 september 2025 werd het nieuwe principe financiële verdeelsleutel 2026 -2031 van Brandweer Zone Kempen goedgekeurd. Op basis van dit principe zal jaarlijks de verdeelsleutel voor het volgende jaar ter goedkeuring aan de zoneraad en aan de 15 gemeenteraden voorgelegd worden.

 

Wettelijke gronden

Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, in het bijzonder artikel 23, BS 31 juli 2007.

Het koninklijk besluit van 23 augustus 2014 houdende vaststelling van de inventaris- en schattingsregels van de roerende en onroerende goederen van de gemeenten aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de brandweerdiensten, BS 29 oktober 2014.

 

Toelichting en advies

De zoneraad kwam op 27 september tot volgend voorstel:

 

         De verdeelsleutel bestaat uit twee gedeeltes, met name:

            een beperkt vast bedrag per inwoner: iedere burger krijgt een minimum aan dienstverlening van de brandweer:

           2026: 0,00 euro/inwoner + nog laatste verrekening van rollend materieel

           2027: 2,50 euro/inwoner

           2028 tot en met 2031: 3,00 euro/inwoner

         restbedrag via volgende parameters:

          50 % op basis van bevolkingsaantal

          50 % op basis van het kadastraal inkomen

          75 % correctiefactor opkomsttijd op BA (bevolkingsaantal) en KI (kadastraal inkomen)

          correctie DGH (dringende geneeskundige hulp) waarbij:

         % ritten in gemeente wordt verrekend naar gemeente zelf

         % ritten buiten de zone wordt verdeeld over alle gemeentes

 

         Verrekening (investerings)goederen ingebracht in de zone:
In 2026 wordt een laatste keer de goederen verrekend conform KB van 23 augustus 2014.

         Koppeling aan meerjarenbeleidsplan:
De voorziene kredieten zijn gekoppeld aan het meerjarenbeleidsplan. 

         Groeipad:
Jaarlijks zullen de budgetten aangepast worden aan de afgevlakte gezondheidsindex. In de meerjarenbegroting wordt voorlopig 2 % opgenomen.

         Opsplitsing exploitatie en investeringsbudget:
Van het totale bedrag wordt 2.230.000 euro (jaarlijks geïndexeerd) opgenomen in de investeringstoelage. De rest wordt voorzien in exploitatie.

         Exploitatiebudget:
Overschotten op exploitatiebudget dienen terug te vloeien naar de gemeentes. Hiervoor dient nog een regeling te worden uitgewerkt.

         Investeringsbudget:

          Daar het investeringsbudget een gemiddelde is gebaseerd op afschrijftermijnen van voertuigen en materieel wordt dit bedrag jaarlijks volledig betaald aan Brandweer Zone Kempen.

          Overschotten op investering kunnen enkel mits verantwoording aan en goedkeuring door de zoneraad verschoven worden.

 

Het principe verdeelsleutel 2026 - 2031 vormt de leidraad voor de jaarlijkse verdeelsleutels. De verdeelsleutel moet door alle gemeenteraden goedgekeurd worden. Indien een gemeenteraad de verdeelsleutel niet goedkeurt, zal de gouverneur een beslissing nemen.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Financiële weerslag

 

De concrete bijdragen worden jaarlijks in een apart gemeenteraadsbesluit goedgekeurd en opgenomen in (een aanpassing van) het gemeentelijke meerjarenplan 2026-2031.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Milo Anthonis, Maria Leirs, Kristof Van Dingenen, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt volgend principe financiële verdeelsleutel voor 2026 - 2031 voor Brandweer Zone Kempen goed:

 

         de financiële verdeelsleutel is gelijklopend met de beleidsperiode van de gemeente, met name 2026-2031

 

         de verdeelsleutel bestaat uit twee gedeeltes, met name:

         een beperkt vast bedrag per inwoner: iedere burger krijgt een minimum aan dienstverlening van de brandweer:

          2026: 0,00 euro/inwoner + nog laatste verrekening van rollend materieel

          2027: 2,50 euro/inwoner

          2028 tot en met 2031: 3,00 euro/inwoner

         restbedrag via volgende parameters:

          50 % op basis van bevolkingsaantal

          50 % op basis van het kadastraal inkomen

          75 % correctiefactor opkomsttijd op BA (bevolkingsaantel) en KI (kadastraal inkomen)

          correctie DGH (dringende geneeskundige hulp) waarbij:

         % ritten in gemeente wordt verrekend naar gemeente zelf

         % ritten buiten de zone wordt verdeeld over alle gemeentes

 

De verdeelsleutel op basis van het goedgekeurde principe wordt jaarlijks aangepast aan de meest recente gegevens. De nieuwe verdeelsleutel wordt elk jaar ten laatste in de zoneraad van april voorgelegd.

 

Artikel 2

Als er iets wijzigt aan de organisatie, de financiering of de locaties van de brandweerambulances van onze zone, zal de parameter DGH (dringende geneeskundige hulp) herberekend moeten worden op basis van de berekeningsmethodiek die nu in de uitgangsnota gehanteerd wordt.

 

Artikel 3

Als er iets wijzigt aan de locatie of de permanentie van kazernes waardoor de aanrijtijden wijzigen, zal de correctiefactor aanrijtijden herberekend moeten worden op basis van de berekeningsmethodiek die nu in de uitgangsnota gehanteerd wordt.

 

Artikel 4

De percentages uit de verdeelsleutel zullen niet gehanteerd worden voor de investeringskost van bijkomende brandweerposten. Wanneer tot bijkomende brandweerposten besloten wordt, zal de financieringsdiscussie ten gronde hernomen worden.

 

Artikel 5

De verdeelsleutel kan aangepast worden indien artikel 68 §3 1ste of 2de lid in de federale wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid wijzigt.

 

Artikel 6

Jaarlijks zullen de budgetten minimaal aangepast worden aan de afgevlakte gezondheidsindex.

 

Artikel 7

Er wordt een opsplitsing gemaakt tussen exploitatiebudget en investeringsbudget. Het investeringsbudget wordt voorlopig vastgelegd op 2.230.000,00 euro en is ook gekoppeld aan de index.

Daar het investeringsbudget een gemiddelde is gebaseerd op afschrijftermijnen van voertuigen en materieel wordt dit bedrag jaarlijks volledig betaald aan Brandweer Zone Kempen.

 

Artikel 8

Overschotten op exploitatie dienen terug te vloeien naar de gemeentes. Hiervoor zal door de zone in overleg met de financieel directeurs een mechanisme worden uitgewerkt.

 

Artikel 9

Overschotten op het investeringsbudget kunnen enkel mits verantwoording aan en goedkeuring door de zoneraad verschoven worden.

 

Artikel 10

De verrekening van de goederen gebeurt over vijf jaar beginnende van 2022 (tot en met 2026) volgens volgend voorstel:

 

Gemeente/Stad

Bedrag/jaar

Geel

- 6.539,30

Mol

- 96.295,79

Herentals

- 65.023,84

Westerlo

- 21.632,84

Balen

- 11.991,22

Laakdal

+ 40.856,36

Herselt

+ 40.760,73

Olen

+ 44.681,87

Grobbendonk

- 38.772,49

Retie

+ 26.702,01

Hulshout

+ 25.363,08

Meerhout

+ 32.248,98

Dessel

+ 24.597,98

Herenthout

- 14.962,95

Vorselaar

+ 20.007,38

 

Dit wordt verrekend in het investeringsbudget per gemeente. 

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Brandweer - werkings- en investeringstoelage 2026

 

Situering

In zitting van de zoneraad van 27 september 2025 werd het principe financiële verdeelsleutel 2026 -2031 van Brandweer Zone Kempen goedgekeurd. De verdeelsleutel bestaat uit twee gedeeltes, met name:

         een beperkt vast bedrag per inwoner: iedere burger krijgt een minimum aan dienstverlening van de brandweer:

         2026 - 0,00 euro/inwoner - nog laatste verrekening van rollend materieel

         restbedrag via volgende parameters:

         50 % bevolkingsaantal

         50 % Kadastraal inkomen

         75 % correctiefactor opkomsttijd op BA en KI

         correctie DGH waarbij:

          % ritten in gemeente wordt verrekend naar gemeente zelf

          % ritten buiten de zone wordt verdeeld over alle gemeentes

 

De verdeelsleutel op basis van het goedgekeurde principe wordt jaarlijks aangepast aan de meest recente gegevens.

 

De financiële verdeelsleutel 2026 moet door alle gemeenteraden worden goedgekeurd. Indien een gemeenteraad de verdeelsleutel niet goedkeurt, zal de gouverneur een beslissing nemen. 

 

Wettelijke gronden

Hoofdstuk II van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, BS 31 juli 2007.

Het koninklijk besluit van 23 augustus 2014 houdende vaststelling van de inventaris- en schattingsregels van de roerende en onroerende goederen van de gemeenten aangewend voor de uitvoering van de opdrachten van de brandweerdiensten, BS 29 oktober 2014.

 

Toelichting en advies

De zoneraad heeft in de zitting van 27 september 2025 de verdeelsleutel voor het jaar 2026 goedgekeurd. Dit geeft volgende verdeling:

 

Gemeente/stad

% 2026

Geel

20,49 %

Mol

14,79 %

Herentals

10,68 %

Westerlo

10,37 %

Balen

8,46 %

Laakdal

5,10 %

Herselt

3,73 %

Olen

5,39 %

Grobbendonk

4,22 %

Retie

2,78 %

Hulshout

2,52 %

Meerhout

3,68 %

Dessel

2,76 %

Herenthout

3,13 %

Vorselaar

1,89 %

 

Ook in 2026 zal een laatste verrekening van de goederen gebeuren volgens het principe vastgelegd in de zoneraad van 31 oktober 2020. De effectieve bedragen zijn:

 

Gemeente/stad

Bedrag/jaar

Geel

-6 539,30

Mol

-96 295,79

Herentals

-65 023,84

Westerlo

-21 632,84

Balen

-11 991,22

Laakdal

+40 856,36

Herselt

+40 760,73

Olen

+44 681,87

Grobbendonk

-38 772,49

Retie

+26 702,01

Hulshout

+25 363,08

Meerhout

+32 248,98

Dessel

+24 597,98

Herenthout

-14 962,95

Vorselaar

+20 007,38

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad keurde in zitting van heden (15 december 2025) de verdeelsleutel voor de brandweerbijdragen 2026-2031 goed.

 

Financiële weerslag

Voor Herselt bedraagt de exploitatietoelage 363.561 euro voor 2026 en de investeringstoelage 123.958 euro. De investeringstoelage is inclusief de laatste verrekening (jaar 2026) van goederen (40.761 euro).

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Milo Anthonis, Maria Leirs, Kristof Van Dingenen, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt volgende verdeelsleutel op basis van het goedgekeurde principe voor 2026 voor Brandweer Zone Kempen goed:

 

Gemeente/stad

% 2026

Geel

20,49 %

Mol

14,79 %

Herentals

10,68 %

Westerlo

10,37 %

Balen

8,46 %

Laakdal

5,10 %

Herselt

3,73 %

Olen

5,39 %

Grobbendonk

4,22 %

Retie

2,78 %

Hulshout

2,52 %

Meerhout

3,68 %

Dessel

2,76 %

Herenthout

3,13 %

Vorselaar

1,89 %

 

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt goed dat een verrekening van de goederen wordt doorgevoerd op het investeringsbudget 2026 als volgt:

 

Gemeente/stad

Bedrag/jaar

Geel

-6 539,30

Mol

-96 295,79

Herentals

-65 023,84

Westerlo

-21 632,84

Balen

-11 991,22

Laakdal

+40 856,36

Herselt

+40 760,73

Olen

+44 681,87

Grobbendonk

-38 772,49

Retie

+26 702,01

Hulshout

+25 363,08

Meerhout

+32 248,98

Dessel

+24 597,98

Herenthout

-14 962,95

Vorselaar

+20 007,38

 

Artikel 3:

De exploitatietoelage van Herselt aan de brandweerzone bedraagt 363.561 euro voor 2026 en de investeringstoelage voor 2026 bedraagt 123.958 euro.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen

 

Situering

De meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen werden ingediend ter goedkeuring door de gemeenteraad.

 

Samenvatting exploitatie- en investeringsontvangsten en -uitgaven 2026-2031:

 

HERSELT

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Expl. ontv.

951,00

951,00

951,00

901,00

901,00

901,00

Expl. uitg.

57.700,00

59.370,00

59.420,00

59.490,00

59.540,00

59.540,00

Inv. ontv.

25.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

Inv. uitg.

25.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

 

Dit meerjarenplan werd door het Bisdom Antwerpen gunstig geadviseerd op 26 november 2025.

 

 

RAMSEL

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Expl. ontv.

16.480,00

16.974,40

17.483,63

18.008,14

18.548,38

19.104,84

Expl. uitg.

46.960,00

48.368,80

49.819,89

51.314,45

52.853,89

54.439,53

Inv. ontv.

377.000,00

0

0

0

0

0

Inv. uitg.

377.000,00

0

0

0

0

0

 

Dit meerjarenplan werd door het Bisdom Antwerpen gunstig geadviseerd op 8 oktober 2025.

 

 

BERGOM

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Expl. ontv.

8.180,00

8.170,00

8.190,00

8.210,00

8.180,00

8.200,00

Expl. uitg.

29.565,00

29.900,00

30.150,00

30.450,00

30.750,00

31.050,00

Inv. ontv.

0

10.000,00

10.000,00

0

0

0

Inv. uitg.

0

10.000,00

10.000,00

0

0

0

 

Dit meerjarenplan werd door het Bisdom Antwerpen gunstig geadviseerd op 26 november 2025.

 

 

BLAUBERG

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Expl. ontv.

19.015,00

18.980,00

18.980,00

19.030,00

19.030,00

19.030,00

Expl. uitg.

41.850,00

30.120,00

29.920,00

31.230,00

32.610,00

32.510,00

Inv. ontv.

46.000,00

120.000,00

52.000,00

51.000,00

5.000,00

0

Inv. uitg.

46.000,00

120.000,00

52.000,00

51.000,00

5.000,00

0

 

Dit meerjarenplan werd door het Bisdom Antwerpen gunstig geadviseerd op 8 oktober 2025.

 

Wettelijke gronden

Decreet van 7 mei 2004 en latere wijzigingen betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.

 

Toelichting en advies

Overzicht gemeentelijke toelagen 2026-2031:

 

HERSELT

2026

2027

2028

2029

2031

2031

Exploitatie

3.247,87

58.419,00

58.469,00

58.589,00

58.639,00

58.639,00

Investering

25.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

3.000,00

 

RAMSEL

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Exploitatie

0

31.394,40

32.336,26

33.306,31

34.305,51

35.334,69

Investering

377.000,00

0

0

0

0

0

 

BERGOM

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Exploitatie

13.130,29

21.730,00

21.960,00

22.240,00

22.570,00

22.850,00

Investering

0

10.000,00

10.000,00

0

0

0

 

BLAUBERG

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Exploitatie

0

11.140,00

10.940,00

12.200,00

13.580,00

13.480,00

Investering

34.000,00

115.000,00

52.000,00

51.000,00

0

0

 

Indien de budgetten passen binnen bovenstaande ramingen, zullen deze budgetten ter kennisname voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Indien een kerkfabriek een budget indient welke een aanpassing van de meerjarenplanning vereist, zal een goedkeuring vanwege de gemeenteraad noodzakelijk zijn.

Deze meerjarenplannen dienen goedgekeurd te worden door de gemeenteraad alvorens zij uitvoerbaar zijn.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Financiële weerslag

Bovenstaande toelagen dienen conform het eredienstendecreet opgenomen te worden in het meerjarenplan van de gemeente.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Kristof Van Dingenen, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

De meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen Bergom en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen Blauberg worden goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Budget 2026 van de  kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen Bergom en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen Blauberg

 

Situering

De budgetten 2026 van de kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen Bergom en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen Blauberg werden ingediend ter kennisname door de gemeenteraad.

 

Overzicht van de saldogegevens:

 

 

HERSELT

RAMSEL

BERGOM

BLAUBERG

Expl. ontvangsten

951,00

16.480,00

8.180,00

19.015,00

Expl. uitgaven

57.700,00

46.960,00

29.565,00

41.850,00

Inv. ontvangsten

25.000,00

377.000,00

0

46.000,00

Inv. uitgaven

25.000,00

377.000,00

0

46.000,00

 

Overzicht van de gevraagde toelagen:

 

 

HERSELT

RAMSEL

BERGOM

BLAUBERG

Exploitatietoelage

3.247,87

0

13.130,29

0

Invest. toelage

25.000,00

377.000,00

0

34.000,00

 

Wettelijke gronden

Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.

 

Toelichting en advies

De budgetten van 2026 van de kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen Bergom en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen Blauberg passen binnen de actueel goedgekeurde meerjarenplannen en deze kunnen bijgevolg gunstig geadviseerd worden.

 

KENNISNAME van de budgetten 2026 van kerkfabrieken Sint-Servaas Herselt, Sint-Hubertus Ramsel, Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen Bergom en Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen Blauberg met de er in opgenomen toelagen.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Meerjarenplan gemeente en OCMW 2026-2031

 

Situering

Tijdens het eerste jaar van de nieuwe legislatuur (2025) dient er een nieuw meerjarenplan 2026-2031 opgemaakt te worden.

 

In samenspraak met gemeente Herselt en OCMW Herselt werd er voor gemeente, OCMW en AGB één gezamenlijke doelstellingenboom uitgewerkt. Ieder van de drie entiteiten zal binnen zijn actiedomeinen meewerken en bijdragen aan de realisatie van de voorgestelde doelen.

 

Wettelijke gronden

Decreet lokaal bestuur 22 december 2017.

Besluit Vlaamse regering 30 maart 2018 m.b.t. de BBC (Beleids- en beheerscyclus).

Ministerieel besluit 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 m.b.t. de strategische meerjarenplannen.

 

Toelichting en advies

In de gezamenlijke doelstellingenboom werden 9 doelstellingen geformuleerd:

 

BD260001

Een aantrekkelijke werkgever en een sterke organisatie

BD260002

Zorgen voor een toegankelijke, deskundige, transparante dienstverlening

BD260003

Een warme gemeente waar iedereen erbij hoort

BD260004

Een gezonde, lerende, actieve gemeente

BD260005

Verkeersveiligheid en trage weggebruikers

BD260006

Goed wonen, met voldoende woonmogelijkheden voor iedereen

BD260007

Aandacht voor de open ruimte, het wijzigende klimaat en het milieu

BD260008

Financieel gezonde gemeente

BD260009

Gedragen beleidsacties en samenwerking

 

In bijlage kan u het volledige meerjarenplan terugvinden. Bovenstaande doelstellingen worden verder toegelicht in de beleidsverklaring (p.4) en verder uitgewerkt naar actieplannen en acties in de doelstellingenboom vanaf pagina 13.

 

Het resultaat van 2025 dient normaal als startpunt voor het meerjarenplan 2026-2031. Aangezien 2025 nog lopende is, werd er een inschatting gemaakt van het gecumuleerde resultaat 2025 bestaande uit het finaal resultaat van de jaarrekening 2024, het initieel geraamde resultaat van het budget 2025 en de geraamde afwijkingen op het budget 2025. De detailcijfers zijn consulteerbaar in 3.8. van het meerjarenplan.  Samengevat geeft dit:

 

gecumuleerd resultaat 2024

10.922.548

geraamd resultaat 2025

- 8.880.980

resultaat op basis meerjarenplan vorig jaar

2.041.568

 

 

prognose resultaat 2025

 

exploitatie-opbrengsten

0

exploitatie-uitgaven

0

investeringsopbrengsten

- 948.835

investeringskosten

5.640.155

overige opbrengsten

- 2.079.000

overige kosten

200.000

ramingen niet verwerkt in meerjarenplan vorig boekjaar

2.812.320

 

 

gecumuleerd resultaat vorig boekjaar geraamd (2025)

4.853.889

 

Dit cijfer werd opgenomen in de staat van het financieel evenwicht (alternatief schema M2 - pag.87) onder VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar.

 

Schema M2 toont de evenwichtsvoorwaarden (beschikbaar budgettair resultaat en autofinancierinsgmarge (AFM)). Voor gemeente/OCMW is het vereist om jaarlijks een positief budgettair resultaat te hebben en een positieve AFM in 2031. Aan beide vereisten is voldaan. In 2031 is er een positieve AFM van 265.865 euro.

 

De andere jaren is er ook een positieve AFM, met uitzondering van 2030. Dan is deze negatief (-97.762 euro). Dit is te wijten aan de plotse (en grote) impact van de federale taxshift op de opbrengsten van de aanvullende belasting op de personenbelasting. Vanaf 2031 kunnen gemeente en OCMW dit negatief cijfer ombuigen naar een positieve AFM door het wegvallen van belangrijke aflossingen. De gemeente ging haar momenteel laatste leningen aan in 2010 en 2011. In respectievelijk 2031 en 2032 vallen hierdoor aanzienlijke aflossingen weg.

 

De kerncijfers voor gemeente en OCMW Herselt zijn de volgende:

 

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

beschikbaar budgettair resultaat

100.220

100.358

100.656

100.951

100.403

100.681

autofinancieringsmarge

187.578

511.598

372.868

164.797

-97.762

265.865

financiële schulden (op 31/12)

6.567.035

12.194.056

18.005.343

23.443.283

22.310.709

23.208.997

totale investeringsuitgaven

7.090.204

7.632.738

10.766.227

10.429.603

6.759.464

5.357.583

personeelsuitgaven

13.118.518

13.113.107

13.294.241

13.547.900

13.786.352

14.096.755

politiezone: werkingstoelage

1.598.162

1.640.000

1.670.000

1.700.000

1.740.000

1.780.000

politiezone: investeringstoelage

75.054

19.771

154.386

147.239

152.957

152.957

hulpverleningszone: werkingstoelage

363.561

380.574

389.939

397.503

405.220

413.090

hulpverleningszone: investeringstoelage

123.958

87.091

89.234

90.965

92.731

94.532

AGB: prijssubsidies

445.000

448.000

451.000

454.000

457.000

460.000

aanvullende personenbelasting: aanslagvoet

7,30

7,30

7,30

7,30

7,30

7,30

aanvullende personenbelasting: ontvangsten

6.148.680

6.302.293

6.488.546

6.686.110

6.620.976

6.779.867

opcentiemen onroerende voorheffing: aanslagvoet

850

850

850

850

850

850

opcentiemen onroerende voorheffing: ontvangsten

5.009.888

5.190.326

5.402.015

5.589.540

5.761.022

5.925.700

ontvangsten uit algemene en specifieke werkingssubsidies

7.804.283

7.730.403

7.860.402

8.021.888

8.238.022

8.457.665

 

Gemeente en OCMW Herselt hebben in het meerjarenplan 2026-2031 in totaal voor 48.035.819 euro investeringen ingeschreven. In de bundel in bijlage kan u hiervan de details terugvinden vanaf pagina 95.

 

Bij opmaak van dit meerjarenplan 2026-2031 werd uitgegaan van zo realistisch mogelijke inschattingen. De toekomst zes jaar vooruit voorspellen is echter onmogelijk (zie ook financiële risico's). De komende jaren zullen er dus ongetwijfeld aanpassingen van het meerjarenplan noodzakelijk zijn.

 

Voor 2026 worden volgende kredieten vastgesteld:

 

 

Uitgaven

Ontvangsten

Kredieten Gemeente

 

 

Exploitatie

16.838.980

20.608.656

Investeringen

6.740.204

225.237

Financiering

949.454

2.219.401

- leningen en leasings

849.454

2.008.720

- toegestane leningen en betalingsuitstel

100.000

210.681

 

 

 

Kredieten OCMW

 

 

Exploitatie

6.270.024

3.326.699

Investeringen

350.000

15.000

 

Verder toelichting ter zitting.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt het originele meerjarenplan 2026-2031 en de kredieten voor 2026 (gedeelte gemeente Herselt) vast.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het originele meerjarenplan 2026-2031 en de kredieten voor 2026 (gedeelte OCMW Herselt) goed.

 

Artikel 3:

De gemeenteraad keurt het originele gezamenlijke meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW Herselt goed.

 

Artikel 4:

Het originele meerjarenplan 2026-2031 voor te leggen aan administratief toezicht conform de geldende regelgeving.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Meerjarenplan_2026-2031_Gemeente_en_OCMW.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Meerjarenplan autonoom gemeentebedrijf (AGB) 2026-2031

 

Situering

Tijdens het eerste jaar van de nieuwe legislatuur (2025) dient er een nieuw meerjarenplan 2026-2031 opgemaakt te worden.

 

In samenspraak met gemeente Herselt en OCMW Herselt werd er voor gemeente, OCMW en AGB één gezamenlijke doelstellingenboom uitgewerkt. Ieder van de drie entiteiten zal binnen zijn actiedomeinen meewerken en bijdragen aan de realisatie van de voorgestelde doelen.

 

Wettelijke gronden

Decreet lokaal bestuur 22 december 2017.

Besluit Vlaamse regering 30 maart 2018 m.b.t. de BBC (Beleids- en beheerscyclus).

Ministerieel besluit 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 m.b.t. de strategische meerjarenplannen.

 

Toelichting en advies

In de gezamenlijke doelstellingenboom werden 9 doelstellingen geformuleerd:

 

BD260001

Een aantrekkelijke werkgever en een sterke organisatie

BD260002

Zorgen voor een toegankelijke, deskundige, transparante dienstverlening

BD260003

Een warme gemeente waar iedereen erbij hoort

BD260004

Een gezonde, lerende, actieve gemeente

BD260005

Verkeersveiligheid en trage weggebruikers

BD260006

Goed wonen, met voldoende woonmogelijkheden voor iedereen

BD260007

Aandacht voor de open ruimte, het wijzigende klimaat en het milieu

BD260008

Financieel gezonde gemeente

BD260009

Gedragen beleidsacties en samenwerking

 

Met de exploitatie van VTC de Mixx zal de bijdrage van AGB Herselt aan de realisatie van de doelstellingen zich vooral concentreren rond acties onder BD260004: een gezonde, lerende, actieve gemeente.

 

De volgende acties werden geformuleerd voor AGB Herselt:

 

AC260008

We verlonen onze medewerkers op een marktconforme manier.

AC260073

We optimaliseren de samenwerking tussen gemeente en AGB.

AC260074

We optimaliseren de software en maken onze webshop gebruiksvriendelijker.

AC260075

We voorzien de nodige materialen om onze dagdagelijkse werking te ondersteunen.

AC260076

We optimaliseren de uitleendienst.

AC260077

We investeren in en onderhouden de infrastructuur van VTC de Mixx en zetten in op duurzaamheid.

 

AC260077 werd hierbij als prioritaire actie aangeduid.

 

Het resultaat van 2025 dient normaal als startpunt voor het meerjarenplan 2026-2031. Aangezien 2025 nog lopende is, werd er een inschatting gemaakt van het gecumuleerde resultaat 2025 bestaande uit het finaal resultaat van de jaarrekening 2024, het initieel geraamde resultaat van het budget 2025 en de geraamde afwijkingen op het budget 2025. De detailcijfers zijn consulteerbaar in 3.8. van het meerjarenplan.  Samengevat geeft dit:

 

gecumuleerd resultaat 2024

46.592

geraamd resultaat 2025

257.580

resultaat op basis meerjarenplan vorig jaar

304.172

 

 

prognose resultaat 2025

 

exploitatie-opbrengsten

-30.862

exploitatie-uitgaven

86.706

investeringsopbrengsten

-509

investeringskosten

148.875

overige opbrengsten

0

overige kosten

0

ramingen niet verwerkt in meerjarenplan vorig boekjaar

204.210

 

 

gecumuleerd resultaat vorig boekjaar geraamd (2025)

508.382

 

Dit cijfer werd opgenomen in de staat van het financieel evenwicht (schema M2) onder VI. Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar.

 

Schema M2 toont de evenwichtsvoorwaarden (beschikbaar budgettair resultaat en autofinancierinsgmarge (AFM)). Voor een AGB is het vereist dat er jaarlijks een positief budgettair resultaat is. Voor een AGB is het, in afwijking van de vereiste voor een gemeente/OCMW, niet verplicht om een positieve AFM te hebben in 2031. Het meerjarenplan 2026-2031 voor AGB Herselt heeft echter wel een positieve AFM in 2031 (+175.180 euro).

 

De kerncijfers voor AGB Herselt zijn de volgende:

 

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

beschikbaar budgettair resultaat

157.724

2.543

27.848

90.381

15.645

45.825

autofinancieringsmarge

152.742

184.819

190.305

187.533

170.264

175.180

financiële schulden (op 31/12)

1.472.222

1.362.222

1.252.222

1.502.222

1.380.133

1.257.560

investeringsuitgaven

503.400

340.000

165.000

585.000

245.000

145.000

personeelsuitgaven

116.725

114.397

117.812

118.307

121.228

121.774

prijssubsidies gemeente

419.811

422.642

425.472

428.302

431.132

433.962

retributies gebruikers

247.000

251.200

255.400

258.600

261.800

265.000

 

AGB Herselt heeft in zijn meerjarenplan 2026-2031 in totaal 1.983.400 euro aan investeringen voorzien. Deze zullen gefinancierd worden met eigen middelen, aangevuld met een lening van 360.000 euro in 2029.

 

Voor de exploitatie-uitgaven en -opbrengsten werd er in belangrijke mate verder gebouwd op de historische cijfers. Hier zijn er ook geen spectaculaire wijzigingen te verwachten. Waar mogelijk zoekt AGB Herselt wel verder naar besparingen.

 

In bijlage kan u de volledige bundel "Meerjarenplan 2026-2031 AGB" terugvinden.

 

De raad van bestuur stelde het "Meerjarenplan 2026-2031 AGB" vast in zitting van 27 november 2025.

 

Verdere toelichting ter zitting.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van AGB Herselt goed.

 

Artikel 2:

Het meerjarenplan 2026-2031 AGB over te maken aan administratief toezicht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Prijssubsidiereglement Autonoom GemeenteBedrijf (AGB) 2026

 

Situering

Eind 2024 werd er door de gemeente en AGB Herselt een prijssubsidiereglement goedgekeurd voor 2025. In september 2025 werd er door gemeente en AGB een addendum op het prijssubsidiereglement 2025 goedgekeurd.

 

Voor 2026 dient er een nieuw reglement prijssubsidie afgesloten te worden tussen gemeente en AGB.

 

Het aflopen van de onroerende lease tussen gemeente en AGB heeft een aanzienlijke impact op de kosten(structuur) van AGB Herselt en bijgevolg ook op de prijssubsidies.

 

Wettelijke gronden

Btw-wetgeving

Circulaire 2022/C/100 van 12 oktober 2022 ter vervanging van beslissing ET 129.288 van 19 januari 2016

Beheersovereenkomst tussen gemeente en AGB Herselt

 

Toelichting en advies

In samenspraak met Tiberghien advocaten werd er een basisovereenkomst uitgewerkt. De uitgangspunten van deze overeenkomst zijn:

         Voor iedere sportzaal/sportterrein dat door het AGB Herselt geëxploiteerd wordt, is er een gemiddeld gebruikerstarief berekend.

         Vervolgens werd er voor iedere zaal/terrein een kostprijs per uur bepaald.

         De gemeente verleent een prijssubsidie per uur dat er gebruik wordt gemaakt van de sportaccommodatie in VTC de Mixx en past zo het verschil bij tussen de prijs die de eindgebruiker betaalt en de kostprijs.

 

In de prijssubsidieovereenkomst is voorzien dat de prijssubsidies, indien nodig, kunnen bijgestuurd worden. In de meerjarenplannen van AGB en de gemeente is voorzien dat er in 2026 een prijssubsidie van 445.000 euro (incl. btw) kan verstrekt worden.

 

Het voorstel is dan ook om aan de gemeenteraad volgende subsidies voor te stellen, met ingang vanaf 1 januari 2026:

 

         Gebruik grote zaal 32,00 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik kunstgrasveld 32,00 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik klimzaal 17,50 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik kleine zaal 24,00 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik mattenzaal 17,50 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik spiegelzaal 17,50 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik squash 15,00 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik tennis (indoor) 15,00 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik tennis (outdoor) 10,00 euro per uur (incl. btw)

         Gebruik padel 10,00 euro per uur (incl. btw)

 

Het AGB dient op de ontvangen prijssubsidies 6 % btw af te dragen.

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Het in bijlage integraal toegevoegde addendum bij de beheersovereenkomst tussen de gemeente Herselt en AGB Herselt m.b.t. het verstrekken van prijssubsidies (dienstjaar 2026) goed te keuren. Dit addendum krijgt uitwerking vanaf 1 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Huurovereenkomst gemeente - Autonoom GemeenteBedrijf (AGB) (VTC de Mixx)

 

Situering

Op 31 december 2025 loopt de onroerende lease tussen gemeente en AGB Herselt ten einde.

 

In de leaseovereenkomst is er ofwel een koopoptie voorzien voor AGB Herselt (tegen marktprijs) ofwel een verderzetting van de samenwerking op basis van een huurovereenkomst.

 

AGB Herselt wenst de koopoptie niet te lichten, maar wenst VTC de Mixx wel verder te exploiteren en hier een huurovereenkomst voor af te sluiten met de gemeente Herselt.

 

Wettelijke gronden

Decreet Lokaal Bestuur

Leaseovereenkomst (akte 31 mei 2011)

 

Toelichting en advies

AGB Herselt wenst de exploitatie van VTC de Mixx verder te zetten zoals dit tot op heden gebeurde. Voor de in 2011 in gebruik genomen gebouwen en terreinen wordt voorgesteld om hier een huurovereenkomst voor af te sluiten. De nieuwe tennishal, padel- en tennisvelden en zaal d'Asbroek maken geen deel uit van de huurovereenkomst. Zij werden immers gerealiseerd op kosten van het AGB zelf en zij zullen wel deel blijven uitmaken van de exploitatie.

 

In bijlage kan u de integrale huurovereenkomst terugvinden. Op het bijgevoegde plan zijn de zones (geel) afgebakend die door AGB Herselt zullen geëxploiteerd worden.

 

De jaarlijkse, te indexeren, huurprijs bedraagt 64.600 euro.

 

De huurovereenkomst wordt afgesloten voor een termijn van 9 jaar (1 januari 2026 - 31 december 2034).

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De bijgevoegde huurovereenkomst tussen gemeente Herselt en AGB Herselt voor VTC de Mixx goed te keuren.

 

Artikel 2:

De overeenkomst na ondertekening officieel te registreren.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Huurovereenkomst AGB - gemeente (lokalen VTC de Mixx)

 

Situering

Op 31 december 2025 loopt de onroerende lease tussen gemeente en AGB Herselt ten einde.

 

Gelijklopend met de leaseovereenkomst werd er in 2011 ook een huurovereenkomst afgesloten waarbij de gemeente de ruimtes binnen VTC de Mixx exclusief bestemd voor gemeentelijke activiteiten (bibliotheek, kinderopvang, burelen, snoezelruimte, lokalen erfgoed) terug huurde van AGB Herselt.

 

AGB Herselt zal VTC de Mixx verder blijven exploiteren en is akkoord om deze ruimtes opnieuw te verhuren aan de gemeente.

 

Wettelijke gronden

Decreet Lokaal Bestuur

Leaseovereenkomst (akte 31 mei 2011)

 

Toelichting en advies

De gemeente wenst het huidig gebruik van de gehuurde ruimtes binnen VTC de Mixx verder te zetten en deze verder te gebruiken voor het doel waarvoor ze initieel opgericht werden en wenst hiervoor een nieuwe huurovereenkomst af te sluiten.

 

In bijlage kan u de integrale huurovereenkomst terugvinden. Op het bijgevoegde plan zijn de zones (geel) afgebakend die door de gemeente Herselt gehuurd worden van AGB Herselt.

 

De jaarlijkse, te indexeren, huurprijs bedraagt 34.000 euro.

 

De huurovereenkomst wordt afgesloten voor een termijn van 9 jaar (1 januari 2026 - 31 december 2034).

 

Argumentatie van de gemeenteraad leidende tot het uiteindelijke besluit

De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De bijgevoegde huurovereenkomst tussen gemeente Herselt en AGB Herselt voor het huren van lokalen binnen VTC de Mixx (bibliotheek, kinderopvang, burelen, snoezelruimte en lokalen erfgoed) goed te keuren.

 

Artikel 2:

De overeenkomst na ondertekening officieel te laten registreren.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting - aanslagjaar 2026

 

Situering

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Wetboek van de inkomstenbelastingen, artikel 464 tot en met 470/2.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1: 

Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2: 

De belasting wordt vastgesteld op 7,30 % van overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3: 

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4: 

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Gemeenteopcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaar 2026

 

Situering

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet houdende de Vlaamse codex fiscaliteit, artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4.

Wetboek van de inkomstenbelastingen. artikel 464/1 1°.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1: 

Voor het aanslagjaar 2026 worden de gemeenteopcentiemen op de onroerende voorheffing vastgesteld op 850 opcentiemen.

 

Artikel 2: 

Deze gemeenteopcentiemen worden ingevorderd door het Vlaams gewest, overeenkomstig de regels bepaald voor de heffing van de gewestbelasting waar zij bijkomen.

 

Artikel 3: 

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Opcentiemen op de door OVAM geheven milieuheffing - aanslagjaar 2026

 

Situering

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

Het besluit van 16 oktober 1991 van de Vlaamse regering betreffende de medewerking van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse gewest aan de inning van gemeentelijke opcentiemen op sommige milieuheffingen, en latere wijzigingen.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1: 

Voor het aanslagjaar 2026 worden er 20 opcentiemen geheven op de milieuheffingen ingesteld door artikel 65 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

 

Artikel 2: 

De gemeente doet een beroep op de medewerking van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse gewest met het oog op de invordering van deze opcentiemen.

 

Artikel 3: 

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op kampeerterreinen

 

Situering

De uitbating van kampeerterreinen brengt lasten mee voor de gemeente.

De gemeente doet aanzienlijke uitgaven voor gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening waarvan zowel inwoners als niet-inwoners gebruik kunnen maken.

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Els Van de Kerckhof, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries, Femke Poelmans en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1: 

Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt er ten voordele van de gemeente Herselt een belasting gevorderd van de uitbaters van kampeerterreinen, kampeerverblijfparken en vakantieparken.

 

Artikel 2: 

De belasting wordt berekend tegen een tarief per m² oppervlakte ingenomen door de terreinen, ter beschikking gesteld van kampeerders of recreanten. In de genoemde oppervlakte zijn evenwel niet inbegrepen: de groengordels rondom het terrein voor zover deze groengordels niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 0,80 euro/m². 

 

Artikel 3: 

De uitbaters van de kampeerterreinen, kampeerverblijfparken en vakantieparken zijn ertoe gehouden jaarlijks voor 1 mei aan het gemeentebestuur aangifte te doen van de plaats en de vermoedelijke oppervlakte van de door hen ter beschikking gestelde terreinen. De opmeting zal geschieden door het gemeentebestuur in het bijzijn van de uitbater. Het resultaat van die opmeting zal gelden als basis voor de berekening van de belasting.

 

Artikel 4: 

Een tijdelijke uitbreiding van het terrein moet steeds vooraf aangevraagd worden aan het gemeentebestuur.

Voor meer oppervlakte zal eenzelfde belasting gevraagd worden tegen het geldende tarief per m² (zie art. 2).

 

Artikel 5: 

Het gemeentebestuur kan altijd overgaan tot de heropmeting van het terrein.

 

Artikel 6: 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7: 

Bij gebreke van een aangifte binnen de gestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag gebaseerd is, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Artikel 8: 

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.

 

Artikel 9: 

Het aanrekenen aan en de betaling van de belasting door de uitbater mag door deze laatste niet aanzien worden als een impliciet toekennen van een uitbatingsvergunning en ontslaat hem geenszins van zijn verplichtingen ten overstaan van andere wettelijke verplichtingen.

 

Artikel 10: 

Deze invordering ontslaat de desbetreffende niet van toepassing van de verordening op de aangifte van verblijf van personen welke niet in de bevolkingsregisters van de gemeente zijn ingeschreven.

 

Artikel 11: 

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op kermissen op openbare plaatsen

 

Situering

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen-procedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten en latere wijzigingen.

Reglement op de organisatie van kermisactiviteiten, goedgekeurd door de gemeenteraad van 31 maart 2025.

Advies van de FOD Economie zoals bepaald wordt in artikel 10 §2 van de wet van 25 juni 1993.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Els Van de Kerckhof, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries, Femke Poelmans en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een periode eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting geheven voor de inname van de standplaatsen voor kermissen op het openbaar domein.

 

Artikel 2: 

De belasting is verschuldigd door diegene die de standplaats inneemt.

 

Artikel 3: 

De belasting wordt als volgt vastgesteld:

 

Blauberg

lunapark                            300,00 euro

frituur, autoscooters                             250,00 euro

lambada, grote molen, snackkraam                            175,00 euro

klein snackkraam, hot-dog (max. 5 meter lang)                            140,00 euro

kindermolen, waterballonnen, funhouse, trampoline,

vliegmolen, autodroom                           100,00 euro

kramen (koordjetrek, visserij, schietkraam, enz.)                               50,00 euro

woonwagen (op voorwaarde dat er plaats is)                              12,00 euro

 

Ramsel

lunapark                            150,00 euro

frituur, autoscooters                            100,00 euro

kindermolen, rupsmolen, snackkraam, lambada                             50,00 euro

kramen (koordjetrek, visserij, schietkraam, enz.)                             38,00 euro

kleine kramen (max. 5 meter lang)                             25,00 euro

woonwagen (op voorwaarde dat er plaats is)                             6,00 euro

 

Bergom

lunapark                            200,00 euro

frituur, autoscooters                            175,00 euro

snackkraam                            125,00 euro

lambada, grote molen                           100,00 euro

kindermolen, waterballonnen                            62,00 euro

kramen (koordjetrek, visserij, schietkraam, enz.)                          38,00 euro

kleine kramen (max. 5 meter lang)                           19,00 euro

woonwagen (op voorwaarde dat er plaats is)                         6,00 euro

 

Herselt-Centrum- 1ste kermis

lunapark                            300,00 euro

autoscooters                            275,00 euro

grote molen, frituur, snackkraam                             250,00 euro

hot-dog, klein snackkraam (max. 5 meter lang)                            125,00 euro

kindermolen, funhouse, kamelenspel, lambada, groot snoep-kraam               100,00 euro

kleine kindermolen                            90,00 euro

kramen (koordjetrek, visserij, schietkraam, enz.)                          58,00 euro

kleine kramen (max. 5 meter lang)                           50,00 euro

woonwagen (op voorwaarde dat er plaats is)                           12,00 euro

 

Herselt-Centrum- 2de kermis

lunapark                            250,00 euro

frituur, autoscooters                            225,00 euro

lambada, snackkraam, hot-dog                            125,00 euro

kindermolen, funhouse                           100,00 euro

kramen (koordjetrek, visserij, schietkraam, enz.)                           50,00 euro

kleine kramen (max. 5 meter lang)                          45,00 euro

woonwagen (op voorwaarde dat er plaats is)                          12,00 euro

 

Artikel 4: 

De belasting wordt voorafgaandelijk betaald door middel van overschrijving op de bankrekening van het gemeentebestuur.

Deze belasting is een contantbelasting. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ingekohierd.

 

Artikel 5: 

De vestiging en invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen ter zake, gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, deinvordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

 

Artikel 6: 

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op het begraven, ontgraven en herbegraven op de gemeentelijke begraafplaatsen

 

Situering

Het is aangewezen om het huidige reglement aan te passen aan de huidige regelgeving en gebruiken.

 

Wettelijke gronden

         Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

         Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

         Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, en latere wijzigingen

         Omzendbrief KBB/ABB 2024/1 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en uitvoeringsbesluiten ervan.

         Politiecodex van 21 maart 2016 betreffende de organisatie van de gemeentelijke begraafplaatsen en de lijkbezorging, en latere wijzigingen.

 

Toelichting en advies

Er wordt een belasting geheven op het begraven, ontgraven, herbegraven en uitstrooien, als bijdrage in de kosten voor de inrichting en het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen, evenals voor de administratieve opvolging daarvan.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

De (eerste) begraving van een stoffelijk overschot of van een urne of de bijzetting ervan in een columbarium op de gemeentelijke begraafplaats, of de uitstrooiing van de as, is kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in de registers van de gemeente op het moment van overlijden.

 

Artikel 2:

De gemeente heft een belasting voor:
1. Het begraven van overledenen in een kist of urne.
2. De asverstrooiing.

3. Het bijzetten van een urne in een columbarium.
4. Het ontgraven van stoffelijke resten of urnen.
5. Het herbegraven van stoffelijke resten of herplaatsen van urnen (Iedere nieuwe bestemming van een overledene, na de bestemming van de oorspronkelijke begraving wordt beschouwd als een herbegraving).

 

Artikel 3:

Er geldt een belasting in volgende gevallen:

1. Begravingen:

         als de persoon overleden is buiten het grondgebied van de gemeente en op het moment van overlijden niet was ingeschreven in de registers van de gemeente.

         als de persoon overleden is op het grondgebied van de gemeente, maar hier op het moment van overlijden niet was ingeschreven in de registers van de gemeente.

         uitzonderingen op deze regel, zie artikel 5.

 

2. Ontgraven en /of herbegraven:

         voor iedereen.

         uitzonderingen op deze regel, zie artikel 5.

 

Artikel 4:

De belasting wordt als volgt vastgesteld:

 

1. Begraving / bijzetting:

         begraven van een kist in volle grond 500,00 euro

         begraving van een urne bij een kist in volle grond 500,00 euro

         begraven van een urne in een urnenveld 500,00 euro

         bijzetten van een urne in een columbarium 500,00 euro

         asverstrooiing 300,00 euro

 

De hiernavolgende tarieven voor ontgraven en het begraven zijn in voorkomend geval cumulatief te berekenen.

 

2. Ontgraven:

         ontgraven stoffelijke resten (kist) 250,00 euro *

         ontgraven urne bij kist in volle grond 150,00 euro *

         ontgraven urne uit urnenveld 100,00 euro

         ontgraven urne uit columbarium   50,00 euro

 

* De aanstelling en de bijkomende kosten van een gespecialiseerd bedrijf voor het openleggen van het graf en voor het lichten van de kist of urne uit een graf zijn ten laste van de aanvragers.

 

 

3. Herbegraven:

         herbegraven van een kist in volle grond 500,00 euro

         herbegraven van een urne bij een kist in volle grond 500,00 euro

         herbegraven van een urne in een urnenveld  

         bij een nieuw urnengraf 500,00 euro

         bij een reeds ingenomen urnengraf 350,00 euro

         herbegraven van een urne in een columbarium

         in een nieuwe nis 500,00 euro

         bij een reeds ingenomen nis 350,00 euro

         asverstrooiing op de begraafplaats 300,00 euro

         thuisbewaring of uitstrooiing buiten begraafplaats /

 

Artikel 5:

Vrijstelling van deze belasting wordt verleend voor:

 

1. Begravingen:

         Inwoners: personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in de gemeente voor zover dit blijkt uit de registratie ervan in de registers.

         Personen die in Herselt wonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in één van de gemeentelijke registers.

         Personen die minder dan 3 jaar verhuisd zijn uit de gemeente én sinds hun geboorte of tijdens ten minste 25 jaar van hun leven, in de gemeente gewoond hebben.

         Personen die wegens ouderdom, ziekte of handicap uitgeschreven zijn uit de registers van de gemeente en op het ogenblik van overlijden ingeschreven waren in een andere gemeente (hiervoor dient een doktersattest voorgelegd te worden).

         Voor het vaderland gevallen militairen of burgers.

         Personen die niet ingeschreven zijn in een van de gemeentelijke registers, maar behoren tot de vroegere kerkelijke omschrijving van de parochie Bergom.

         Personen wiens partner of een verwante in de eerste graad reeds begraven, bijgezet of verstrooid werd in de gemeente, mits de as van de laatst overleden persoon, bijbegraven wordt bij de reeds begraven partner of verwante in eerste graad en op voorwaarde dat dit kan en toegelaten is.

         Aanvragen tot begraven van personen die minderjarig waren op het moment van overlijden en waarvan verwanten in eerste graad ingeschreven zijn in de registers van de gemeente op het moment van de aanvraag.

         Levenloos geboren kinderen, op verzoek van de ouders die op het tijdstip van overlijden van hun kindje, ingeschreven zijn in de registers van de gemeente of die effectief in Herselt wonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in één van de gemeentelijke registers.

 

2. Ontgravingen en /of herbegravingen:

         Aanvragen tot herbegraven of uitstrooien van personen die minderjarig waren op het moment van overlijden en waarvan de verwanten in eerste graad ingeschreven zijn in de registers van de gemeente op het moment van de aanvraag.

         Een ontgraving die verricht wordt in uitvoering van een rechterlijke beslissing.

         Alle ontgravingen of herbegravingen die voortkomen uit een beslissing van de gemeenteraad in functie van de herinrichting van begraafplaatsen.

 

Artikel 6:

1. De belasting moet contant (direct) betaald worden op het ogenblik van de aanvraag tot begraving, uitstrooiing, herbegraving of bijzetting in een columbarium, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als een contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.

 

2. De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 7:

De belasting is verschuldigd door de persoon die de begraving, de uitstrooiing, de bijzetting in een columbarium, de ontgraving of de herbegraving aanvraagt.

 

Artikel 8:

Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht tot 31 december 2031.

 

Artikel 9:

Dit belastingreglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op tweede verblijven

 

Situering

Op 25 november 2024 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op tweede verblijven goed voor het aanslagjaar 2025.

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

 

Toelichting

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.

Het bestaan en het gebruik van woon- of verblijfsentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister geeft aanleiding tot kosten die door de gemeente worden gedragen betreffende investeringen in onder andere openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid, administratie en afvalbeheersing. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen voor die woon- of verblijfsentiteiten wel voordeel uit de gemeentelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook zij een billijke bijdrage leveren en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 2:

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar.

Een tweede verblijf kan zowel een residentiële woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.

 

Worden beschouwd als tweede verblijf:

 

- landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woon- of verblijfsgelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans, en ongeacht of voormelde woon- of verblijfsgelegenheden ingeschreven zijn in de kadastrale legger;

- een verblijf dat tegelijkertijd kan worden gebruikt als woon- of verblijfsgelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit, maar niet tot hoofdverblijf dient.

 

Worden niet beschouwd als tweede verblijf:

 

 - logies die onder het toepassingsgebied vallen van de gemeentebelasting op kampeerterreinen;

 - het verblijf uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit; Het louter vestigen van een maatschappelijke zetel wordt niet beschouwd als een gebruik voor een beroepsactiviteit;

 - de tenten, woonaanhangwagens, motorhomes en verplaatsbare caravans, tenzij zij ten minste 6 maanden opgesteld blijven om als woon- of verblijfsgelegenheid te worden aangewend;

 - de woon- of verblijfsgelegenheid die werd opgenomen in het leegstandsregister.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar.

Het bedrag van de belasting wordt forfaitair en ondeelbaar voor het volledige jaar vastgesteld op 700,00 euro per tweede verblijf.

 

Artikel 4:

De belasting is verschuldigd door de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten op het betreffende verblijf op 1 januari van het aanslagjaar:

- de volle eigendom;

- het recht van opstal of van erfpacht;

- het vruchtgebruik.

In geval meerdere personen houder zijn van het zakelijk recht wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de algehele belasting.

De belastingplicht geldt, ongeacht het feit of de belastingplichtige al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.

 

Artikel 5:

De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 mei van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft gekregen, moet daar zelf om verzoeken.

De aangifte blijft geldig zolang deze niet wordt herroepen door de belastingplichtige.

 

Artikel 6:

Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 6, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9:

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op omgevingsvergunningen

 

Situering

Op 25 april 2014 keurde de Vlaamse regering het omgevingsvergunningsdecreet goed, welke deels in werking trad op 23 februari 2017. Het decreet vervangt en verenigt de stedenbouwkundige en verkavelingsvergunning en de milieuvergunning in een omgevingsvergunning. Vanaf 1 januari 2018 worden alle omgevingsvergunningsaanvragen behandeld volgens de procedure omschreven in het omgevingsvergunningsdecreet.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

Omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014, en latere wijzigingen.

VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) van 15 mei 2009, en latere wijzigingen.

DABM (decreet algemene bepalingen milieubeleid) van 5 april 1995, en latere wijzigingen.

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Woonkernen (GRUP Woonkernen).

Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Toelichting

Het behandelen van meldingen en aanvragen in het kader van het omgevingsvergunningsdecreet, en andere aanvragen en dossiers i.h.k.v. ruimtelijke ordening, leefmilieu en woonkwaliteit, vergt een aanzienlijke inzet van de gemeentelijke middelen en het is billijk deze inzet door te rekenen aan degene op wiens initiatief en in wiens voordeel de meldings- en aanvraagprocedures worden doorlopen.

In de context van de gemeente Herselt, met een landelijke karakter, en een dorpse typologie, korrelgrootte en identiteit , hebben volgende projecten een specifiek karakter:

- projecten waarbij nieuw openbaar domein (nieuwe openbare weg of plein, park,…) gecreëerd wordt

- projecten vanaf 6 wooneenheden of kavels

- projecten met een totale terreinoppervlakte vanaf 5.000 m²

- projecten met grootschalige detailhandel of horeca vanaf 350 m² netto publiek toegankelijke vloeroppervlakte

- projecten met historisch waardevolle gebouwen

- projecten die omwille van hun locatie of functie een belangrijke impact hebben op de omgeving

- projecten met meer dan 2 wooneenheden gelegen in de deelruimte groen dorpspark

- projecten met cohousing

- ontwikkelingen in het kader van sociale woningbouw gelegen binnen woonuitbreidingsgebieden

 

Bovenstaande specifieke projecten en begrippen (zoals cohousing, historisch waardevol gebouw, …) worden gedefinieerd in het GRUP Woonkernen.

 

Dergelijke specifieke projecten hebben een grotere visuele en functionele impact op de omgeving ten gevolge van o.a. een hogere woningdichtheid, grootschaliger bouwvolume, meer bouwlagen, atypische bebouwing, meer mobiliteit, grotere parkeerbehoefte, …

De ontwikkeling van specifieke projecten biedt aan de aanvrager conform het GRUP Woonkernen enerzijds het voordeel van meer soepele stedenbouwkundige voorschriften en mogelijkheden (bv. geen standaard bouwprofiel).

 

Deze specifieke projecten vragen anderzijds om een ruime kwaliteitstoetsing. Deze projecten vergen een grotere inzet van de gemeentelijke diensten. Bij dergelijke projecten moeten bovendien ook externe deskundigen betrokken worden om een objectief en goed gemotiveerd advies uit te werken en het proces mee op te volgen. Deze kwaliteitstoets ten voordele van (woon)kwaliteit zelf is ten voordele van de omgevingskwaliteit. Om die reden wordt een belastingverhoging op die specifieke projectaanvragen toegepast, gerelateerd aan de schaal van het project.

 

Een belastingverhoging wordt ingevoerd voor projectaanvragen voor specifieke projecten in de zin van het GRUP Woonkernen. Evenwel, voor projecten met nieuw openbaar domein wordt geen afzonderlijke verhoging voorzien aangezien het nieuw openbaar domein in de praktijk deel uitmaakt van een ruimer bouw- of verkavelingsproject. Daarnaast wordt een gedeeltelijke vrijstelling voorzien voor projecten met historisch waardevolle gebouwen om het behoud/herbouw hiervan te stimuleren. Bij projecten met detailhandel of horeca binnen de deelruimte ‘dorpscentrum - overdrukzone handels- en horecacluster’ conform het GRUP Woonkernen voor wat betreft het projectdeel met handel en horeca, wordt geen belastingverhoging toegepast gezien men deze functies hier wenst te stimuleren en te clusteren.

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

 

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Stemmen tegen:

Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

Onthouden zich:

Milo Anthonis en Kristof Van Dingenen

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de aanvragen en meldingen i.h.k.v. het omgevingsvergunningsdecreet, en op andere aanvragen en dossiers i.h.k.v. ruimtelijke ordening, leefmilieu of woonkwaliteit.

 

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag/melding/dossier indient.

 

Artikel 3:

§ 1 De belasting wordt als volgt berekend:

Type

Omschrijving

Tarief in euro

A

Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling zonder medewerking architect.

 

gratis

B

Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling met medewerking architect:

max. 1 wooneenheid en/of max. 100 m² netto (publiekstoegankelijke) vloeroppervlakte handels-, diensten-, kantoor- of horecaprojecten = basistarief.

 

100,00 euro

C

Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling met medewerking architect:

2 of meer wooneenheden en/of

meer dan 100 m² netto (publiektoegankelijke) vloeroppervlakte handels-, diensten-, kantoor- of horecaprojecten.

 

Basistarief (cat. B) 100,00 euro

+ 20,00 euro per wooneenheid en/of

+ 20,00 euro per begonnen schijf van 50 m² netto-vloeroppervlakte

D

Aanvraag stedenbouwkundige attesten

100,00 euro

E

Aanvraag planologisch attest

125,00 euro

F

Opname in vergunningsregister

100,00 euro

G

Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 1 ( IIOA klasse 1) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling

 

800,00 euro

+ tarief type A of B of C

H

Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 1 ( IIOA klasse 1) niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling

 

800,00 euro

I

Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 2 ( IIOA klasse 2) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling

 

125,00 euro

+ tarief type A of B of C

J

Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 2 ( IIOA klasse 2) niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling

 

125,00 euro

K

Omgevingsproject met enkel meldingsplicht ( IIOA klasse 3 of meldingsplicht enkel stedenbouw) of een combinatie van meldingsplichtige handelingen (IIOA klasse 3 en stedenbouwkundige melding)

 

gratis

L

Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met wegenis

 

300,00 euro

+ 20,00 euro per kavel

M

Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zonder wegenis

 

100,00 euro

+ 20,00 euro per kavel

N

Aanvraag tot wijziging van een verkavelingsvergunning

100,00 euro + 20,00 euro per kavel

O

Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden

gratis

 

§2. De belasting in §1 wordt, in voorkomende gevallen, verhoogd met:

- de publicatiekosten van de bekendmaking van het openbaar onderzoek in dag- en weekbladen :de geldende tarieven;

- het bedrag van de aangetekende zending per aangeschreven betrokkene in het kader van het openbaar onderzoek: de geldende tarieven.

 

§3 De belasting in §1 wordt met volgende bedragen verhoogd in geval van volgende specifieke projectaanvragen:

 

Aanvraag voor

Belasting

 

a) Projecten vanaf 6 wooneenheden of kavels

OF

projecten die omwille van hun locatie of functie een belangrijke impact hebben op de omgeving, voor het woongedeelte

OF

projecten met meer dan 2 wooneenheden gelegen in de deelruimte ‘groen dorpspark’ cf. GRUP Woonkernen

OF

projecten met cohousing

OF

ontwikkelingen in het kader van sociale woningbouw gelegen binnen woonuitbreidingsgebieden.

 

 

 

 

 

 

 

500,00 euro per wooneenheid of kavel

b) Projecten met detailhandel, horeca, diensten, kantoren vanaf 350 m² publiek toegankelijke netto vloeroppervlakte

OF

projecten die omwille van hun locatie of functie een belangrijke impact hebben op de omgeving, voor het andere dan woongedeelte

OF

projecten met meer dan 2 wooneenheden gelegen in de deelruimte ‘groen dorpspark’ cf. GRUP Woonkernen, voor het diensten- en/of kantoorgedeelte.

1,00 euro per m²

publiek toegankelijke netto vloeroppervlakte

c) Andere projecten met een totale terreinoppervlakte vanaf 5.000 m²

20,00 euro per 50 m² terreinoppervlak

 

De belastingbedragen onder punt a) en b) worden in voorkomend geval gecombineerd toegepast.

Op bovenstaande begrippen (cohousing, historisch waardevol gebouw, grootschalige detailhandel, …) zijn de definities in het GRUP Woonkernen van toepassing.

Publiek toegankelijke nettovloeroppervlakte betreft het inpandig handels-, diensten-, horeca- of kantoorgedeelte toegankelijk voor klanten.

De belastingverhoging in §3 is niet verschuldigd voor de volgende projectaanvragen:

Projecten waarbij een gebouw met waardevol historisch karakter conform het RUP Woonkernen (deels) wordt behouden of herbouwd, voor het projectdeel dat betrekking heeft op het historisch gebouw (deel met historisch gebouw en inclusief de bebouwing welke er fysisch en functioneel een geheel mee vormt zoals een aanbouw bij het historisch gebouw). Voor het overige projectdeel zijn de bovenstaande belastingtarieven wel van toepassing.

Projecten met detailhandel of horeca gelegen binnen de deelruimte ‘dorpscentrum’ overdrukzone ‘handels-en horecacluster’ conform het GRUP Woonkernen voor wat betreft het projectdeel met handel en horeca.

 

Artikel 4:

De belasting(verhoging) in artikel 3 is niet verschuldigd voor aanvragen/meldingen/dossiers van het gemeentebestuur, het autonoom gemeentebedrijf, het plaatselijke OCMW, de VMSW en de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen en hogere overheden (het Rijk, het Vlaams gewest en de provincie).

 

Artikel 5:

De belasting is contant te betalen tegen afgifte van een betalingsbewijs, bij het indienen van de aanvraag/melding/dossier, hetzij door storting op het rekeningnummer van de gemeente Herselt, hetzij aan de financieel directeur.

Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ingekohierd. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6:

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op verwaarlozing van woningen en gebouwen

 

Situering

De gemeente kan een heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen innen.

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Reglement door de gemeenteraad vastgesteld op 19 december 2022 inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

Toelichting en advies

De gemeente kan een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie.

De gemeente wenst verwaarlozing van woningen en gebouwen te voorkomen en bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

1. ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 1: Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

       Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

       Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten ;

       Register van verwaarloosde gebouwen en woningen: het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, als vermeld in artikel 2.15 Vlaamse Codex Wonen;

       Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

       Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;

 Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgenomen;

 Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum.

2. HEFFING op verwaarloosde woningen en gebouwen

 

Artikel 2: Belastbare grondslag

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

§3. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 3: Belastingplichtige

§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen houder van het zakelijk recht is van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning.

 

§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

 

§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

         naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

         datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

         nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4: Berekening van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:

      1.500,00 euro voor een verwaarloosd gebouw;

      1.500,00 euro voor een verwaarloosde woning.

 

§2. De belasting wordt vermenigvuldigd met het aantal termijnen van twaalf maanden dat het gebouw of de woning zonder onderbreking is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

§3 Voor elke woning die of elk gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen of woningen en op 31 december 2016 nog opgenomen was in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen, wordt de belasting vermenigvuldigd met het aantal volledige termijnen van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in de gewestelijke inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen was opgenomen.

 

§4 De belasting wordt ten hoogste vermenigvuldigd met vijf.

 

§5 Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

§1. Van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen zijn vrijgesteld:

   de belastingplichtige die volle eigenaar is van 1 enkele woning, die de woning  uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en die geen zakelijk recht heeft op een ander onroerend goed; 

   de belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning;

§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

    gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

   geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld; 

   krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument;

    deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap; 

   vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 3 jaar volgende op de datum van de vernieling of de beschadiging;

    gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 3 jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning;

    het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 §2 Vlaamse Codex Wonen;

     het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen.

Indien de belastingplichtige de verwaarlozing laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.

 

Artikel 6: Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7: Betaling van de belasting

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8: Bezwaar tegen de aanslag

§1.De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. 

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt binnen 15 dagen na de indiening ervan een ontvangstmelding afgegeven.

§2.Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

3. SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 9

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen zijn van toepassing op dit belastingreglement.

 

Artikel 10

De gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2022 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake de heffing op verwaarlozing wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement. Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekend gemaakt volgens het decreet lokaal bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op leegstand van woningen en gebouwen

 

Situering

De gemeente kan een heffing op leegstaande woningen en gebouwen innen.

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden 

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4;

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

Vlaamse codex wonen van 2021.

Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van de Vlaamse codex wonen van 2021.

Reglement door de gemeenteraad van 19 december 2022 vastgesteld inzake het leegstandsregister van gebouwen en woningen.

 

Toelichting en advies

De gemeente kan een leegstandsheffing innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie.

Het is wenselijk dat de woningen en gebouwen in de gemeente optimaal benut worden.

De gemeente wenst langdurige leegstand van woningen en gebouwen te voorkomen en bestrijden.

De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

1. ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 1: Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° Eengezinswoning: elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden;

2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

4° Kamer:  een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;

5° Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;

6° Leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;

In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien de woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;

7° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art. 2.9 Vlaamse Codex Wonen;

8° Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

9° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;

10° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen;

11° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode.

 

2. LEEGSTANDSHEFFING

 

Artikel 2: Belastbare grondslag

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de leegstandsheffing, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

 

 §3. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 3: Belastingplichtige

§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de leegstandsheffing houder van het zakelijk recht is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning.

 

§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

 

§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister.

Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

         naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

         datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

         nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4: Berekening van de leegstandsheffing

§1.Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op:

1° 1.500,00 euro voor een leegstaand gebouw;

2° voor een leegstaande woning:

a) 1.500,00 euro voor een eengezinswoning;

b) 100,00 euro voor een kamer;

c) 1.000,00 euro voor elke andere woning dan deze vermeld onder a) en b).

 

§2. Voor de daaropvolgende jaren:

Voor elke bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met:

      1.500,00 euro voor een leegstaand gebouw;

      voor een leegstaande woning:

a) 1.500,00 euro voor een eengezinswoning;

b) 100,00 euro voor een kamer;

c) 1.000,00 euro voor elke andere woning dan deze vermeld onder a) en b).

De belasting, zoals vastgesteld in §1, kan maximaal 4 maal vermeerderd worden met bovenvermeld bedrag.

 

§3. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

§1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

1° de belastingplichtige die volle eigenaar is van 1 enkele woning;

2° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling;

3° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing;

4° de belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning.

 

§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

3° krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument;

4° deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap;

5° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 3 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging; (Ramp: een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en waardoor de schade dermate is dat het gebruik onmogelijk is bv. brand, gasontploffing, blikseminslag…);

6° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 2 jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;

7° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 3 jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning;

8° het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30 §2 Vlaamse codex wonen;

9° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse codex wonen;

10° vervat is in een project dat aangemeld is via het Projectportaal conform artikel 4.13 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse codex wonen van 2021. 

 

Indien de belastingplichtige de leegstand laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.

 

Artikel 6: Inkohiering

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7: Betaling van de belasting

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8: Bezwaar tegen de aanslag

§1.De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. 

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt binnen 15 dagen na de indiening ervan een ontvangstmelding afgegeven.

 

§2.Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

3. SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 9

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen zijn van toepassing op dit belastingreglement.

 

Artikel 10

De gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2022 houdende goedkeuring van het gemeentereglement inzake de leegstandsheffing op de leegstand van gebouwen en woningen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven en vervangen door onderhavig reglement.

Onderhavig reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en wordt bekend gemaakt volgens het decreet  lokaal bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op nachtwinkels

 

Situering

Nachtwinkels vormen op het vlak van handhaving van de openbare orde en de openbare netheid, door hun aard en het tijdstip van hun activiteiten, een extra belasting voor veiligheids- en andere gemeentelijke openbare diensten.

 

Het is billijk dat de betrokken handelszaken als tegenprestatie een bijzondere financiële inspanning doen.

De minister meent dat deze belastingen aanvaardbaar zijn voor zover het tarief niet meer bedraagt dan 6.000,00 euro voor de openingstaks en 1.500,00 euro voor de jaarlijkse belasting.

De gemeente heeft financiële middelen nodig voor zijn werking en investeringen.

 

Wettelijke gronden

Grondwet, artikel 41, 162 en 170, §4.

Decreet lokaal bestuur, artikel 40, §3 en 41, 14°.

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.

 

Stemming over het besluit:

Stemmen voor:

Luc Peetermans, Ronan Korthout, Kathleen Helsen, Tim Tubbax, Raf Vangenechten, Peter Keymeulen, Christiane Van Thielen, Hilde Van Reet, Mireille Colson, Mark Van den Wouwer, Evelien Van Bedts, Maria Leirs, Anneleen Maris, Hava Gokuzum, Greet Bries, Annick Tubbax, Fien Bries en Emelie Laeremans

Onthouden zich:

Milo Anthonis, Kristof Van Dingenen, Els Van de Kerckhof en Femke Poelmans

 

 

BESLUIT

Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels gelegen op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 2:

Voor de toepassing van het reglement moet onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 21 en 6 uur open is.

 

Artikel 3:

De openingsbelasting is een eenmalige belasting vastgesteld op 6.000,00 euro en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel. Elke wijziging van uitbating is gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.

De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 1.500,00 euro per nachtwinkel. De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar en verschuldigd voor het ganse kalenderjaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de economische activiteit of wijziging van uitbating in het jaar is.

De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van inkohiering van de openingsbelasting.

 

Artikel 4:

De belasting is solidair en ondeelbaar verschuldigd door de uitbater en de eigenaar van het handelspand.

 

Artikel 5:

De eigenaar en/of uitbater van de nachtwinkel dient voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte te doen bij het gemeentebestuur.

Bij gebrek van aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover de gemeente beschikt.

 

Artikel 6:

In geval van tijdelijke of administratieve sluiting van de zaak om welke reden dan ook, kunnen de belastingplichtigen op geen enkele schadeloosstelling aanspraak maken.

 

Artikel 7:

Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

 

Artikel 8:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9:

Dit reglement wordt bekendgemaakt op de gemeentelijke website en de toezichthoudende overheid wordt hiervan op de hoogte gebracht.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: rapportering conform het decreet lokaal bestuur

 

Situering

Het decreet lokaal bestuur (dat het vroegere decreet intergemeentelijke samenwerking (het “DIS”) integreerde) wil beletten dat de vele intergemeentelijke samenwerkingsverbanden een eigen leven zouden gaan leiden en dat het lokaal bestuur als zodanig de controle over deze intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zou verliezen.

Het belang van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in Vlaanderen is groot: Er zijn nu reeds in totaal 298 samenwerkingsverbanden, verdeeld als volgt:

– 152 interlokale verenigingen;

– 50 projectverenigingen;

– 36 dienstverlenende verenigingen;

– 60 opdrachthoudende verenigingen

Het is dus aangewezen de belangrijkste krachtlijnen van de besluiten, genomen tijdens de algemene vergaderingen van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, kort ter kennis te brengen.

 

Wettelijke gronden

         Artikel 441 van het decreet lokaal bestuur stelt dat leden van de raad van bestuur of gemandateerden van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging minstens tweemaal per jaar tijdens de openbare zitting van hun gemeenteraad verslag dienen uit te brengen.

         Artikel 389 decreet lokaal bestuur vult aan: de gemeenteraad of een gemeenteraadscommissie waakt over de afstemming van het beleid van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op het gemeentelijk beleid.

 

KENNISNAME

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Overzicht actuele dossiers

 

ID

Type

Status

Datum

Beschrijving van het te onderzoeken item

Wie rapporteert

Graad van belang

Datum rappor-

tage

1

stand van zaken

Open

23 april 2019

Fietspad Dieperstraat

college

Normaal

nvt

2

stand van zaken

Open

23 april 2019

Fietspaden en riolering Aarschotsestwg.

college

Normaal

nvt

3

stand van zaken

Open

30 mei 2022

Masterplan Ramsel

college

Normaal

nvt

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Mededelingen vanuit het college van burgemeester en schepenen

 

KENNISNAME

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

Mondelinge vragen

 

Raadslid Milo Anthonis

1)       De feestverlichting en de positionering ervan.

2)       De timing van het regenboogzebrapad. Schepen Ronny Korthout verduidelijkt dat dit afhankelijk is van het overleg met AWV.

 

Raadslid Evelien Van Bedts

Complimenten voor college, administratie en raadsleden voor de totstandkoming van het meerjarenplan en de constructieve samenwerking.

 

Raadslid Greet Bries, namens Elke Verlinden

Complimenten voor college, administratie en raadsleden voor de totstandkoming van het meerjarenplan en de constructieve samenwerking.

 

Raadslid Els Van de Kerckhof

Bedankt de leden van de gemeenteraad voor de constructieve werking in het eerste jaar van deze legislatuur.

 

Alle fractieleiders wensen raadsleden en administratie een fijne eindejaarsperiode.

 

KENNISNAME

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.